Angela
Deel verhaalJaren vocht Angela voor omgang met haar kinderen, tot ze zag dat het gevecht hén brak. Ze deed het moeilijkste dat een moeder kan doen: loslaten, uit liefde. Nu vertelt ze open over misbruik, ITP, verslaving, 800 dagen nuchter - en hoe ze is gaan staan voor zichzelf.
Waar het begon: licht en lawaai
Angela zegt het zonder omhaal: haar verhaal begint bij haar geboorte. Ze kwam op tijd ter wereld en lag toch twee weken in de couveuse. Met alcohol in haar bloed. Zonder dat er iemand naast haar stond drong het leven zich al vroeg aan haar op.
Haar ouders gingen uit elkaar toen ze nog geen drie was. Haar vader ging verder met een nieuwe partner en haar moeder worstelde verder met alcohol. “Ik was vaak overgeleverd aan de buitenwereld,” zegt ze. “Er was geen toezicht, geen opvoeding.” In die leegte stapten mannen binnen die nooit binnen hadden mogen komen. Van haar zesde tot haar tiende werd ze misbruikt door vrienden van haar moeder. Ze leerde zichzelf al heel vroeg om onzichtbaar te worden, want: “Wat als ze je ontdekken…?”
Als ze op haar tiende naar haar vader verhuist, stopt het misbruik maar de rust keert niet terug. Er wordt veel gefeest en er is weinig aandacht voor haar. Ze zorgt voor haar broertje, houdt het huishouden draaiend en slikt haar eigen vragen in. “Niemand zag me en dat wilde ik ook niet.” Het fundament voor later is dan al gelegd: netjes overleven zonder ruimte in te nemen.
Het stille kind dat doorliep
Op haar vijftiende komt het misbruik naar buiten. Angela doet aangifte, volgt therapie, maar de zaak wordt geseponeerd. Er is te weinig bewijs. Het is een zin die alles samenvat: haar waarheid weegt niet zwaar genoeg in de buitenwereld.
Ze gaat door, want dat is wat ze heeft geleerd. Op school is ze stil, bij vriendinnen soms opvallend uitbundig — ze zoekt balans in uitersten. “Thuis was ik onzichtbaar; daar was ik aanwezig,” zegt ze. Langzaam nestelt zich de overtuiging dat zij degene is die dingen fout doet, dat ze dom is, dat haar fouten niet te repareren zijn. Niet omdat het waar is, maar omdat de wereld om haar heen dat steeds opnieuw lijkt te bevestigen.
Ze rondt haar opleiding af, werkt, zoekt richting. Als ze haar man ontmoet, voelt het vertrouwd — en juist daarom veilig, denkt ze. Pas later ziet ze wat er is gebeurd: je kiest soms voor wat je kent, niet per se voor wat goed voor je is. Ze trouwen, krijgen drie kinderen en Angela rent vooral voor anderen. Pas achteraf ziet ze hoe vaak ze zichzelf voorbijliep, hoe vaak zorgzaamheid ook weer een manier werd om niet te hoeven voelen wat er van binnen schuurt.
Daarbij verliest ze, in een hele korte tijd, haar lievelingsopa, haar oma en haar moeder – waar mee ze het contact weer had herstelt. Zo stapelen de heftige ervaringen uit de buitenwereld zich boven op de geschiedenis van haar binnenwereld, totdat haar lichaam ingrijpt.
“Thuis was ik onzichtbaar; daar was ik aanwezig,”
Een lichaam dat zegt: stop
In 2010, kort na de geboorte van haar tweede kind, valt alles stil. In het ziekenhuis hoort ze dat ze ITP heeft, een zeldzame aandoening waarbij haar eigen immuunsysteem de bloedplaatjes afbreekt. Ze herinnert zich hoe ze, bijna achteloos, aan de arts vroeg of bloedplaatjes eigenlijk nodig waren? Intussen stolde haar bloed niet meer goed en liep een bloedneus dagenlang door. Er volgen onderzoeken en opnames, tot de artsen besluiten haar milt te verwijderen. En dat werkt. “Afkloppen: ze zijn nog steeds goed, de bloedplaatjes.”
Terwijl zij herstelt, zakt haar man weg in een burn-out en komt er onverwacht een derde kind bij. De drukte van het gezin in combinatie met haar weggedrukte verleden was teveel voor haar. Maandenlang riep ze dat het niet ging en steeds hoorde ze “niet mouwen, gewoon doordouwen”. Onderweg naar haar werk merkte ze hoe haar blik bomen koos om tegenaan te rijden. Dat schokte haar. Op het spreekuur bij de huisarts kreeg ze de keuze óf opname, óf antidepressiva. Met een pasgeboren kind koos ze voor de pillen. Later begon ze te blowen, eerst om rust te vinden, daarna om niets meer te hoeven voelen. “
Weggaan om te blijven leven
Thuis kwam er geen omhelzing maar een muur. Het verhaal dat haar man naar buiten bracht werd steeds harder: dat zij degene was die het liet afweten, dat zij lui was, dat zij de boel in de steek liet. Binnenin groeide juist een ander inzicht: als ik hier blijf, overleef ik het niet. Ze wilde de kinderen meenemen, maar ze ging zonder hen. “Als jij ze meeneemt dan breek ik elk botje in je lichaam”, zei haar man.
Daarna kwam de strijd om de omgang, de ruilhandel van nabijheid. Soms mocht ze de kinderen alleen zien als ze haar eigen lichaam inleverde. Uit angst ging ze in alles mee, totdat ze ontdekte dat het gevecht ook de kinderen zelf beschadigde. “Uit liefde voor mijn kinderen heb ik ervoor gekozen om ze voor nu los te laten. Ik hoop dat ik ze later een keer alles mag uitleggen.”
Nieuwjaar: de vonk
Op 1 januari 2019 knalt buiten het vuurwerk. Terwijl ze naar het licht kijkt, besluit Angela dat het anders moet. “Nieuw jaar, nieuwe ronde.” zegt ze en nog diezelfde week begint ze op te ruimen. De opslag gaat leeg, wat weg kan verkoopt ze, haar papieren brengt ze naar de bewindvoerder. Ze schaamt zich, maar toch voelt het lichter nu ze zich niet meer verstopt. Daarna stapt ze de spreekkamer van de huisarts binnen met één wens: stoppen met de antidepressiva. Wanneer hij voorstelt om te wachten, voelt ze hoe er in haar iets rechtop gaat staan. Met haar vuist op tafel: “Ik wil godverdomme van die rotzooi af.”
De eerste weken zijn zwaar. Duizelingen, schokgolven in haar lijf, uitbarstingen die nergens heen kunnen. Maar daaronder opent zich een ruimte waardoor het afgestompte gevoel verdwijnt. Dat is eng en goed tegelijk. Ze klopt aan bij de praktijkondersteuner die haar doorstuurt voor EMDR.
Leren voelen zonder te verdrinken
“Met EMDR werd de pijn werd losgekoppeld van de herinnering,” zegt ze. Het verleden blijft bestaan, maar het verplettert haar niet langer in het nu. Ze merkt dat ze thuis anders reageert: ze spreekt zich uit, zegt nee. En precies dát zorgt voor botsingen met een partner die liever alles hetzelfde houdt. “Ik begon mijn eigen waarde meer te zien, en dat vond hij niet fijn.” Vlak voor kerst vertrekt ze, met hulp van vriendinnen en een huurbusje. Vijf maanden is ze formeel dakloos; ze blowt nog even om de scherpe rand eraf te halen, maar merkt dat het haar niet meer helpt.
Op de dag dat de opvang haar eindelijk een plek biedt, valt er een mail binnen: een woningaanbieding van Brabant Wonen. “Als dit geen hogere macht is, dan weet ik het niet,” zegt ze. Angela gaat kijken, zegt ja en voor het eerst in lange tijd doet ze – uit zichzelf – een deur achter zich dicht.
Een plek die houdt
Later vindt ze met haar nieuwe partner een andere woning waarin ze gaan samenwonen. En dat is geen sprookje, want ook hij worstelt met een verslaving. Maar nu kan Angela duidelijk zijn over wat zíj nodig heeft: of hij kiest voor haar en laat de middelen liggen, of hij kiest voor zijn gebruik en gaat. Hij kiest voor haar. Samen besluiten ze om herstelmeetings te gaan bezoeken.
In de derde week gebeurt iets dat ze nooit zal vergeten. Het is de sterfdag van haar moeder als Angela tijdens een bijeenkomst opstaat en zegt: “Ik ben Angela. En ik ben verslaafd.” Ze huilt niet van schaamte, maar van opluchting. “Het beestje heeft eindelijk een naam,” zegt ze. “En er is een weg uit.” Vanaf dat moment telt ze de dagen die niet voelen als een straf maar als een keuze: vandaag is ze meer dan 800 dagen nuchter. “Elke dag opnieuw kiezen is ook herstel.”
“Elke dag opnieuw kiezen is ook herstel.”
Schaamte die oplost in licht
Jarenlang kende ze schaamte: over gebruik, over zichzelf kwijtraken, over het falen als moeder. In de Verwerkplaats leert ze dat schaamte niet verdwijnt door te zwijgen maar door te praten — eerst tegen zichzelf, daarna tegen iemand die luistert. “Je kunt die strandbal wel onder water duwen,” zegt ze, “maar hij komt altijd met kracht naar boven.” Door te delen ontspant er iets; misverstanden krijgen lucht, mensen reiken een hand. Ze glimlacht als ze zichzelf “onkruid” noemt: sterk, taai, onverwoestbaar. “Ik kom altijd weer boven.” Het is geen bravoure maar eerder een nuchtere constatering.
Wat ze de wereld wil nalaten
Angela droomt van een eigen praktijk. Een plek waar mensen die vastzitten, weer thuis mogen komen in zichzelf. Niet als iemand die boven hen staat, maar als iemand die naast hen loopt. “Wat ik niet heb gehad, wil ik een ander wél geven,” zegt ze. Het is precies de beweging die je in haar verhaal ziet: van overleven naar leven, van zwijgen naar spreken, van alleen dragen naar samen tillen. Als je haar vraagt wat ze iemand zou willen meegeven die nu nog twijfelt, zegt ze: “begin niet met het perfecte plan, maar met eerlijk zijn. Zeg hardop wat pijn doet. Zoek een hand — die van een vriend, of een hulpverlener. De rest volgt.”
“Je kunt veel meemaken,” zegt ze. “Maar als je niet door je pijn heen gaat, kom je er niet overheen.” Op de radio klinkt Elton Johns ‘I’m still standing’. Angela lacht. “Dat is de zin die nu bij me past. Ik ben gaan staan en blijf staan.”
