Felice
Deel verhaalFelice groeide tien jaar lang op in een warm gezin, alsof dat vanzelfsprekend zo zou blijven. Tot thuis langzaam veranderde in spanning, ruzie en momenten die te groot waren voor een kind. In haar verhaal neemt ze je mee langs woede, agressie en eenzaamheid tot aan het kantelpunt waarop ze verantwoordelijkheid pakte en weer ademruimte vond.
Felice (27) praat open, zonder omwegen, maar niet zonder gevoel. Soms wordt ze rood als ze iets vertelt. “Het is niet niks,” zegt ze zacht. “Maar ik kan het nu dragen.” In haar verhaal vertelt ze over een jeugd vol liefde, een huis vol spanning en de lange weg terug naar zichzelf.
Waar het voor mij begint
“Als je mij vraagt waar mijn verhaal begint, dan kom ik altijd uit bij mijn familie, mijn gezin. Ik ben opgegroeid in Oss, met een vader, een moeder en twee zusjes. Ik ben de middelste. En de eerste tien jaar van mijn leven waren echt harmonieus. Veel vakanties, veel uitjes, veel liefde.’s Avonds samen een film kijken op de bank. Gewoon fijne dingen. Dat is belangrijk om te zeggen, want die basis is er echt geweest. Ik weet hoe ik moet liefhebben. Ik weet hoe compassie voelt. Dat heb ik daar geleerd.”
“Als kind was ik heel speels en creatief. Ik nam geen hand voor de mond en durfde alles te vragen. Ik was spontaan, een beetje gek. ‘Een raar kind’, kreeg ik terug. Thuis was dat prima – wees jezelf, wees niet bang om te laten zien wat je in je mars hebt. Maar op de basisschool viel dat gedrag op. Ik was diegene die op handen en voeten over het schoolplein liep omdat ik een gnoe wilde nadoen. In mijn fantasie was dat logisch. Maar buiten mijn huis werd het een etiket. Toch bleef ik mezelf… totdat het thuis begon te veranderen.”
Toen het onveilig werd
“Het huwelijk van mijn ouders begon uiteen te vallen. Dat begon toen mijn vader werd ontslagen en daarna werkloos bleef. Mijn moeder verloor ook haar baan en ging aan de alcohol en antidepressiva. De sfeer in huis sloeg om. Waar eerst harmonie was, heerste nu spanning. En als je ouders elkaar niet meer kunnen dragen, dan voel je dat als kind in alles. Mijn zussen en ik ontwikkelden een overgevoelige radar voor spanning. Je kijkt naar de ander: is het veilig? Kunnen we ontspannen, of moeten we op onze tenen lopen?”
“In het begin had ik het niet eens echt door. Dit gebeurt bij ons, dus het zal wel normaal zijn. Pas veel later hoorde ik hoeveel er speelde waarvan ik niets wist. En op andere momenten werd er juist teveel gedeeld. Dan zit je als kind ineens met volwassen problemen en moet je sneller opgroeien dan je aankunt.
Er was vaak ruzie, soms ook fysiek. Een duw, glaswerk dat door de kamer vloog, een deur die werd ingeslagen. In ons ouderlijk huis zie je nog steeds de sporen van geweld.”
“Ik kon geen kant op met wat ik voelde en dan explodeerde ik. ”
Ik was de ‘fight’
“Mijn zussen en ik hadden ieder onze eigen manier van omgaan met die spanning. Psychologen noemden ons later de fight, flight en freeze en ik was overduidelijk de fight.
In het begin was het bijna grappig. “Ik word weer wild,” riep ik dan tegen mijn zusjes en zij renden weg. Maar ergens ging het mis. De limiet ging eraf. Ik werd wanhopig van alles wat er om me heen gebeurde. Ik kon geen kant op met wat ik voelde en dan explodeerde ik. Hoe ouder ik werd, hoe sterker ik werd. Ik had zo’n krachtveld dat niemand mij aandurfde. Ik kon zelfs mijn vader in elkaar slaan en dat heb ik ook gedaan. Als ik dat zeg, voel ik meteen hoe heftig dat eigenlijk is.”
“Na een zware aanval op mijn vader ben ik gevlucht. Later hoorde ik dat de politie was gebeld, dat hij huilde, dat er paniek was. Hij had eerder een herseninfarct gehad – niet door mij – maar het maakte het moment extra heftig.
En dan het moment waarop je weer rustig wordt en ziet wat je hebt aangericht. De vernieling, de schrik in iemands ogen. Dat was verschrikkelijk. Niet alleen voor hen, maar ook voor mij. Want dan moet je leven met wat je hebt gedaan.”
“Er kwam een periode, drie of vier jaar geleden, waarin de uitbarstingen op hun piek zaten. Mijn zussen hebben daarin uiteindelijk iets gedaan wat toen heel hard voelde, maar achteraf heel logisch is. ‘Doe maar niets waar Fee boos van wordt’, zeiden mijn ouders tegen hen – uit angst voor mijn woedeaanvallen. Ze hebben zichzelf dus al die tijd aan de kant gezet. Ze slikten dingen in en hielden steeds minder ruimte over om gewoon zichzelf te zijn. Er moest afstand komen en ik was niet langer welkom. Ik mocht niet meer langskomen. Hoe pijnlijk dat ook was, nu zie ik dat die afstand geen afwijzing was – het was een manier om te kunnen ademen. Dat zij die grens trokken bleek uiteindelijk ook erg belangrijk voor mijn eigen herstel.”
De eenzaamheid van ‘de boeman’
T“Wat mij is bijgebleven uit die tijd is de eenzaamheid. Je voelt je de boeman en je mag er niet meer bij zijn. Die isolatie – het verlangen om geliefd te worden door je familie, terwijl dat op dat moment niet lukt – dat is een gevoel dat ik moeilijk in één woord kan vatten.
Mijn leven werd steeds instabieler. Ik kon geen baan vasthouden. De langste baan die ik ooit heb gehad was vijftien maanden. Dat eindigde in een burn-out en een depressieve periode waarin ik echt van god los was. ’s Nachts om vier uur mijn gezicht onderverven en een vuurtje maken buiten. Een soort losbreken van alles wat er van je verwacht wordt in het leven.”
“Ik dronk veel om te verdoven. En ik at om te verdoven en liet mezelf daarna overgeven. Ik noem het zelfverminking, want het heeft niets met zelfliefde te maken. Ik zag het patroon: mijn vader verwerkte door te eten, mijn moeder door te drinken. Ik zei weleens: ik ben de manifestatie van allebei.”
Kairos en het werk aan mezelf
“De echte omslag kwam bij Kairos. Daar werd mijn gedrag serieus genomen en spraken ze van ‘forensisch delictgedrag’. Daar schrok ik van, maar het was ook confronterend eerlijk. Ik kreeg systeemtherapie, dramatherapie, psychomotorische therapie. Ik leerde voelen wat er in mijn lichaam gebeurt als iemand dichtbij komt of me te lang aankijkt. Adrenaline. Cortisol. Mijn lijf dat al ‘aan’ schiet voordat mijn hoofd begrijpt waarom.”
“Ik wilde daar zijn en ging met goede zin naar therapie. Ik vind het leuk om aan mezelf te werken. Ik dacht echt: ‘therapize me! want ik wil beter worden.’ Ik wil met mezelf door één deur kunnen, met mijn familie en met de rest van de wereld.
Maar een heel belangrijk moment voor mijn herstel kwam gewoon thuis.”
“Er was opnieuw een uitbarsting geweest. We zaten op de bank, mijn vader en ik. Glas water. Praten. Mijn zussen kwamen binnen met een blik van: ze heeft het weer gedaan. Dus legde ik uit wat er was gebeurd. Hoe de communicatie bij mijn vader vaak misloopt, omdat hij slecht hoort en zijn eigen interpretatie maakt. Toen kwam mijn jongste zus naast me zitten en sloeg haar armen om me heen. Ze zei tegen mijn vader: ‘Papa, je luistert ook nooit. Fee werkt hard aanzichzelf en jij doet niks.’ Dat moment ging door mijn hele lijf. In één keer werd ik gezien in plaats van weggeduwd. Niet als het probleem, maar als een uiting van het probleem. Achter de agressie zat gewoon een kind dat liefde wilde.”
Verantwoordelijkheid nemen
“Er werd me bewust van een stemmetje in mij, dat naar buiten wees. Het ligt aan hen. Aan mijn ouders. Aan het systeem. En deels klopt dat, maar pas toen ik verantwoordelijkheid nam voor mijn gedrag, veranderde er iets fundamenteels. Niet vanuit zelfhaat, maar vanuit volwassenheid; dit is van mij. Mijn woede. Mijn keuzes. Mijn herstel.”
“Ik ben vanuit mezelf gestopt met alcohol drinken en ik rond nu mijn therapie af. Ik voel me weer veilig bij mezelf. Als ik merk dat het oploopt – dat ik rood word of dat mijn lijf gespannen raakt – weet ik wat ik moet doen. Afstand nemen. Wandelen. Ademen. Ik zit minder in mijn hoofd en meer in mijn lijf. Misschien ben ik nooit echt gebroken geweest. Misschien zat er gewoon te veel in mijn hoofd en kan ik nu voelen dat ik altijd al heel was, ook tijdens al die shit.”
Mijn mooiste leven
Nu leef ik wat ik mijn mooiste leven noem. Ik heb mijn eigen bedrijf. Ik masseer, geef ademtherapie en sound healing. Ik maak muziek en sta op podia. Wat vroeger “te veel” was – mijn gevoeligheid, mijn openheid – is nu mijn kracht.
Met mijn zussen is het onbeschrijfbaar mooi. Ik noem het wel eens een ‘The Holy Trinity’. Met mijn vader is het zachter geworden. Hij is een lieve man met zijn hart op de juiste plek en ik accepteer hem zoals hij is. En met mijn moeder ga ik soms wandelen, een kopje thee; voor mij is het zo oké tussen ons.
“Als ik naar de toekomst kijk, zie ik groei. Retraites organiseren, een tweede album opnemen, de wereld zien. Misschien mijn partner tegenkomen. En ja, er zullen vast weer moeilijke dingen gebeuren. Maar ik voel nu: ik kan het aan.”
“Als ik iets wil meegeven, dan is het dit: neem je verantwoordelijkheid. Wijs niet alleen naar buiten en ga aan het werk met jezelf. Zit stil om het te laten integreren, maar kom ook in beweging. Anders blijf je stilstaan in je eigen verhaal.
Ik was het speelse kind op handen en voeten. Ik was de fight in een huis vol spanning. Ik was de boeman. En ik ben ook de vrouw die nu met zachte handen werkt, die kan ademen, die kan liefhebben.”
“Het was heftig. Het was niet niks.
Maar ik ben hier. En ik ben oké.”