Felice

Deel verhaal

Felice groeide tien jaar lang op in een warm gezin, alsof dat vanzelfsprekend zo zou blijven. Tot thuis langzaam veranderde in spanning, ruzie en momenten die te groot waren voor een kind. In haar verhaal neemt ze je mee langs woede, agressie en eenzaamheid tot aan het kantelpunt waarop ze verantwoordelijkheid pakte en weer ademruimte vond.

Backup image
Image 1
Image 2
Image 3

“Ik kon geen kant op met wat ik voelde en dan explodeerde ik. ”

Ik was de ‘fight’

“Mijn zussen en ik hadden ieder onze eigen manier van omgaan met die spanning. Psychologen noemden ons later de fight, flight en freeze en ik was overduidelijk de fight.

In het begin was het bijna grappig. “Ik word weer wild,” riep ik dan tegen mijn zusjes en zij renden weg. Maar ergens ging het mis. De limiet ging eraf. Ik werd wanhopig van alles wat er om me heen gebeurde. Ik kon geen kant op met wat ik voelde en dan explodeerde ik. Hoe ouder ik werd, hoe sterker ik werd. Ik had zo’n krachtveld dat niemand mij aandurfde. Ik kon zelfs mijn vader in elkaar slaan en dat heb ik ook gedaan. Als ik dat zeg, voel ik meteen hoe heftig dat eigenlijk is.”

“Na een zware aanval op mijn vader ben ik gevlucht. Later hoorde ik dat de politie was gebeld, dat hij huilde, dat er paniek was. Hij had eerder een herseninfarct gehad – niet door mij – maar het maakte het moment extra heftig.

En dan het moment waarop je weer rustig wordt en ziet wat je hebt aangericht. De vernieling, de schrik in iemands ogen. Dat was verschrikkelijk. Niet alleen voor hen, maar ook voor mij. Want dan moet je leven met wat je hebt gedaan.”

“Er kwam een periode, drie of vier jaar geleden, waarin de uitbarstingen op hun piek zaten. Mijn zussen hebben daarin uiteindelijk iets gedaan wat toen heel hard voelde, maar achteraf heel logisch is. ‘Doe maar niets waar Fee boos van wordt’, zeiden mijn ouders tegen hen  – uit angst voor mijn woedeaanvallen. Ze hebben zichzelf dus al die tijd aan de kant gezet. Ze slikten dingen in en hielden steeds minder ruimte over om gewoon zichzelf te zijn. Er moest afstand komen en ik was niet langer welkom. Ik mocht niet meer langskomen. Hoe pijnlijk dat ook was, nu zie ik dat die afstand geen afwijzing was – het was een manier om te kunnen ademen. Dat zij die grens trokken bleek uiteindelijk ook erg belangrijk voor mijn eigen herstel.”

De eenzaamheid van ‘de boeman’

T“Wat mij is bijgebleven uit die tijd is de eenzaamheid. Je voelt je de boeman en je mag er niet meer bij zijn. Die isolatie – het verlangen om geliefd te worden door je familie, terwijl dat op dat moment niet lukt – dat is een gevoel dat ik moeilijk in één woord kan vatten.

Mijn leven werd steeds instabieler. Ik kon geen baan vasthouden. De langste baan die ik ooit heb gehad was vijftien maanden. Dat eindigde in een burn-out en een depressieve periode waarin ik echt van god los was. ’s Nachts om vier uur mijn gezicht onderverven en een vuurtje maken buiten. Een soort losbreken van alles wat er van je verwacht wordt in het leven.”

“Ik dronk veel om te verdoven. En ik at om te verdoven en liet mezelf daarna overgeven. Ik noem het zelfverminking, want het heeft niets met zelfliefde te maken. Ik zag het patroon: mijn vader verwerkte door te eten, mijn moeder door te drinken. Ik zei weleens: ik ben de manifestatie van allebei.”

Kairos en het werk aan mezelf

“De echte omslag kwam bij Kairos. Daar werd mijn gedrag serieus genomen en spraken ze van ‘forensisch delictgedrag’. Daar schrok ik van, maar het was ook confronterend eerlijk. Ik kreeg systeemtherapie, dramatherapie, psychomotorische therapie. Ik leerde voelen wat er in mijn lichaam gebeurt als iemand dichtbij komt of me te lang aankijkt. Adrenaline. Cortisol. Mijn lijf dat al ‘aan’ schiet voordat mijn hoofd begrijpt waarom.”

“Ik wilde daar zijn en ging met goede zin naar therapie. Ik vind het leuk om aan mezelf te werken. Ik dacht echt: ‘therapize me! want ik wil beter worden.’ Ik wil met mezelf door één deur kunnen, met mijn familie en met de rest van de wereld.

Maar een heel belangrijk moment voor mijn herstel kwam gewoon thuis.”

“Er was opnieuw een uitbarsting geweest. We zaten op de bank, mijn vader en ik. Glas water. Praten. Mijn zussen kwamen binnen met een blik van: ze heeft het weer gedaan. Dus legde ik uit wat er was gebeurd. Hoe de communicatie bij mijn vader vaak misloopt, omdat hij slecht hoort en zijn eigen interpretatie maakt. Toen kwam mijn jongste zus naast me zitten en sloeg haar armen om me heen. Ze zei tegen mijn vader: ‘Papa, je luistert ook nooit. Fee werkt hard aanzichzelf en jij doet niks.’ Dat moment ging door mijn hele lijf. In één keer werd ik gezien in plaats van weggeduwd. Niet als het probleem, maar als een uiting van het probleem. Achter de agressie zat gewoon een kind dat liefde wilde.”

Image 1
Image 2

Bekijk meer ervaringsverhalen

Backup image